
‘Geen kind komt naar de sportclub om er een bende van te maken’
Als trainer of coach wil je dat ieder kind zich thuis voelt. Maar wat doe je als een kind niet luistert, de training verstoort of zich ineens terugtrekt? Voormalig topsporter Iefke van Belkum weet hoe lastig dat kan zijn. Bij zwem- en waterpolovereniging ZVL-1886 in Leiden houdt ze zich bezig met de jeugdopleiding en geeft ze zelf training. De training van SuperCoaches hielp haar om anders naar gedrag te kijken. Niet meteen invullen of oplossen, maar eerst vragen: wat zit hierachter?
Mijn valkuil is dat ik dingen graag voor iemand wil oplossen”, vertelt Iefke. “Als iets niet lekker gaat, denk ik: dan doen we toch dit of dat? Maar als coach moet je er juist voor zorgen dat iemand zichzelf kan helpen.”
Voor Iefke is een sportvereniging een plek waar kinderen oefenen met winnen en verliezen, samenwerken en omgaan met teleurstellingen. “Het leven is ook weleens niet eerlijk. Iedereen loopt tegen uitdagingen aan, die niet meteen opgelost kunnen worden. Sport is een mooie plek om daarmee te oefenen.”
Wat zit er achter gedrag?
Eén inzicht uit SuperCoaches is haar het meest bijgebleven: geen kind komt naar een sportvereniging om er een bende van te maken. “Iedereen komt om lekker te sporten en plezier te maken. Als dat niet lukt, probeer dan te kijken wat er achter het gedrag zit. Is een kind onzeker, boos of eenzaam? Ik heb geleerd om meer te vragen in plaats van zelf in te vullen.”
Dat is niet altijd makkelijk als er twintig kinderen in het zwembad liggen die allemaal aandacht verdienen. “Je wilt tijd maken voor dat ene kind dat opvallend gedrag laat zien. Tegelijkertijd moet je de andere kinderen óók zien.”
Een boks die uitbleef
Hoe makkelijk je gedrag verkeerd kunt interpreteren, merkte Iefke zelf. Voorafgaand aan iedere training geven de spelers hun trainer een boks. Een jongen die ze al jaren kende, stopte daar opeens mee en werd afstandelijker. Iefke begon te twijfelen. Had ze iets verkeerd gezegd of gedaan?
Uiteindelijk vroeg ze hem wat er aan de hand was. De jongen vertelde dat hij vanuit zijn geloof geen vrouwen meer wilde aanraken en niet wist hoe hij dat aan haar moest vertellen.
“Daar was ik zelf nooit op gekomen. We spraken af dat hij voortaan gewoon ‘goedemorgen’ zou zeggen. Zo hadden we een nieuwe manier om bij elkaar in te checken, die ook werkte. Maar daar was ik nooit achter gekomen als ik het hem niet had gevraagd.”
Ruimte om te leren
Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en tempo. Voor Iefke betekent goed coachen daarom ook: niet te snel oordelen, maar kijken wat een kind nodig heeft. Dat zie je ook terug in de jeugdopleiding van ZVL. De plannen om die te veranderen waren er al, maar SuperCoaches bevestigde de gekozen richting en gaf praktische handvatten. Bij jonge kinderen ligt de nadruk nu minder op selecteren en presteren, en meer op ontwikkelen.
Iefke merkt het verschil. “Kinderen zijn minder bezig met hoe goed ze al zijn en meer met wat ze leren. Ze zijn minder bang om fouten te maken en durven nieuwe dingen te proberen.”
Wat ze andere coaches wil meegeven? “Sta open. Oordeel niet te snel. En stel vragen. Het zit lang niet altijd zoals jij denkt dat het zit.”
Wil jij net als Iefke een SuperCoach worden?
Volg samen met je collega-trainers en -coaches gratis de training SuperCoaches, bij jou op de sportclub of vanuit huis.

